Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Wereldwijd zijn chemische producten zoals oppeppende middelen, maar ook schoonheidsproducten, (energie) dranken, vitamines en voedingssupplementen niet meer uit het leven van jongeren weg te denken. Veel van die producten kunnen potentieel schadelijk zijn. Een vijfjarige etnografische studie zocht antwoord op de vraag waarom jongeren deze producten gebruiken en hoe zij omgaan met risico’s. Er blijkt sprake van verrassend veel gezamenlijke zelfregulatie en een zorgwekkende sterke link met werkdoelen.

jonge vrouw reikt met meerdere handen naar allerlei producten

Onderzoek naar chemische middelengebruik onder jongeren richt zich meestal op drugs en hoe dit te reguleren. Het vijfjarige etnografische onderzoeksproject Chemical Youth koos voor een andere benadering. ‘Drugs zijn niet de enige chemische middelen die jongeren gebruiken’, legt de coördinator Anita Hardon, hoogleraar Medische Antropologie aan de Universiteit van Amsterdam, uit. ‘Het dagelijks leven van jongeren wordt overspoeld door chemicaliën om plezier, emoties, seksuele prestaties, uiterlijk en gezondheid te stimuleren. Wij gingen op zoek naar wat al die pillen, drankjes, sprays, poeders en lotions voor jongeren doen en hoe ze met de risico’s omgaan, vanuit het perspectief van de jongeren zelf.’

Het onderzoek leidde tot het inzicht dat jongeren niet alleen voor uiterlijk en plezier gebruiken, maar ook om zich dagelijks staande te houden op een onzekere arbeidsmarkt. Tevens bleek dat jongeren met elkaar, via internationale online platforms, de voor- en nadelen van chemische producten zorgvuldig afwegen.

Stedelijke centra die als magneten op jonge mensen werken

Van begin 2013 tot eind 2018 dook Hardon met haar team van bijna dertig jonge onderzoekers in het alledaagse leven van jongeren in een tiental steden wereldwijd.  Met deze vorm van teamgebaseerd onderzoek waarin verschillende disciplines samenkwamen, wilden ze naar de dagelijkse praktijk kijken waarin jongeren chemische middelen gebruiken. ‘Dus hoe en waarvoor doen ze dat, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat en van top tot teen?’, licht Hardon hun focus toe.

Het team kwam in stedelijke centra die als magneten op jonge mensen werken die hier willen studeren, werken en hun toekomst opbouwen. Zoals Amsterdam, Parijs, Makassar en Yogyakarta (Indonesië), Cagayan de Oro en Puerto Princesa (Filipijnen) en Brooklyn (Verenigde Staten). Dit zijn ook stadscentra waar jongeren een verbijsterende reeks chemische producten kunnen krijgen in drogisterijen, supermarkten, apotheken en online winkels, en waar ze het doelwit zijn van advertenties voor die middelen via hun Instagram- en Facebook-accounts, tv en radio, en posters bij buurtwinkels.

Doelen die jongeren nastreven

Hardon en haar team signaleren drie voornaamste doelen die jonge mensen willen bereiken met het gebruik van chemicaliën: een vorm van welzijn, experimenteren met gender- en seksuele identiteiten, en het vergroten van loopbaankansen en werkvermogen.

Zo gebruikten jongeren producten om zich aantrekkelijk, gelukkig en gezond te voelen; om slanke en gespierde lichamen te creëren; om borsten te laten groeien of ongeremder te zijn; om seksuele ervaringen te verbeteren en ongewenste zwangerschappen te voorkomen. Maar ook werden producten gebruikt om zich zelfverzekerd te voelen op een onzekere arbeidsmarkt, om creatief en gefocust te zijn met een enorm uithoudingsvermogen, en er uit te zien zoals dat door de arbeidsmarkt van hen werd geëist.

‘Dit had ik niet verwacht’, stelt Hardon, ‘dat er zo’n sterke link zou zijn met werkdoelen. Maar het is natuurlijk wel goed verklaarbaar. We hebben de hoogstopgeleide jonge generatie ooit, en tegelijkertijd veel baanonzekerheid. Dit leidt tot een grote druk op jongeren om zich van anderen te onderscheiden en voortdurend op de toppen van hun kunnen te presteren.’

Gezamenlijk risico’s vermijden

Hoe gaan de jongeren om met de risico’s die gepaard gaan met het gebruik van chemische middelen? Er bleek sprake van veel zelfregulering waarin samen met anderen werd getest, gedeeld en gemonitord. ‘Jonge mensen doen gezamenlijk experimenten waarin ze doseringen aanpassen, stoffen mengen en vervangingsmiddelen zoeken om de voordelen en nadelen in evenwicht te brengen’, legt Hardon uit.  

In dit gezamenlijke proces speelden contacten dwars door generaties en professionele- en ruimtelijke scheidslijnen heen een belangrijke rol. ‘Door de snelle technologische veranderingen is de scheiding tussen vakmensen en leken achterhaald. Jongeren raadplegen onlinefora en websites, en dragen hier ook zelf aan bij. Ze nemen de bijsluiters en medicijnrecepten onder de loep en winnen advies in bij familieleden of vrienden met medische kennis of een apothekersachtergrond’, vertelt Hardon.

Ook de overheid is natuurlijk een factor

Ook overheden spelen een cruciale rol bij risicovermijding in het gebruik van chemische producten. Hoe dat uitwerkt hangt sterk per locatie af, laat het onderzoek zien. Zo zagen de onderzoekers hoe in de Amsterdamse party-scene jongeren zelf op creatieve wijze het gebruik van geestverruimende middelen reguleerden, en de overheid hier een potentieel positieve rol bij speelde door informatie te verschaffen en drugstesten beschikbaar te stellen. Dit staat in groot contrast met een locatie als Indonesië waar de regering een dodelijke oorlog voert tegen drugs, waardoor jongeren nauwelijks toegang hebben tot informatie over risico’s en hulpmiddelen om die te vermijden.

Copyright: Anita Hardon
Werk samen met met jongeren, bouw voort op hun inspanningen en spreek in hun taal Anita Hardon

Chemical Youth signaleert ook een rol voor de overheid in het aanpakken van sociale praktijken die het gebruik van risicovolle middelen sterk beïnvloeden. Bijvoorbeeld in het geval van de Filipijnen waar jonge vrouwen allerlei gezichtsblekers gebruiken om zo ‘wit’ mogelijk te worden zodat ze in aanmerking komen voor een goede baan. De overheid zou het gebruik van deze schadelijke middelen kunnen ontmoedigen door diversiteit in de samenleving beter te promoten.

Daarbij merkt Hardon wel op dat overheden er goed aan doen hierbij met jongeren samen te werken, voortbouwend op hun inspanningen en in hun taal.

Fabrikanten moeten transparanter communiceren

Tot slot belicht Chemical Youth de rol die producenten van middelen spelen in het vermijden van risico’s. Dit kan door bepaalde middelen misschien niet meer te produceren, zoals gezichtsblekers, maar ook door veel transparanter te zijn over de voor- en nadelen van hun producten. ‘Fabrikanten zouden moeten worden verplicht hier helder over te communiceren’, stelt Hardon, ‘maar helaas hebben regeringen weinig regulering voor producten als voedingssupplementen en schoonheidsartikelen, waarschijnlijk door economische belangen. Voor farmaceutische producten en verdovende middelen zijn die duidelijke regels er wel.’

Veel fabrikanten bevelen nu via influencers hun middelen aan, met disproportionele aandacht voor de positieve aspecten. Dit doen ze bovendien op de platforms die jongeren juist gebruiken om zichzelf te informeren over mogelijke risico’s. ‘En hierin schuilt een gevaar’, waarschuwt Hardon. ‘Voor jongeren is het lang niet altijd duidelijk dat het hier om betaalde marketing gaat. In Nederland is onlangs de mediawet gewijzigd waardoor influencers nu wel duidelijk moeten communiceren wanneer het om een betaalde samenwerking gaat, maar dit beschermt jongeren niet voor invloeden van buiten Nederland.’

Open Access boek en presentatie in SPUI25

De resultaten van het Chemical Youth project zijn nu samengebracht in een toegankelijk Engelstalig boek ‘Chemical Youth. Navigating Uncertainty in Search of the Good Life’ dat voor iedereen gratis te downloaden is. In het boek zijn veel links opgenomen naar ondersteunend visueel materiaal op de Chemical Youth website.

Het onderzoek en boek worden op 15 december besproken tijdens een rondetafel gesprek in SPUI25 met UvA wetenschappers Anita Hardon (introductie en uitleg boek), Reinout Wiers (Chemical Breath), Amade M’charek (Chemical Whiteness), Shanshan Lan (Chemical Creativity) en Rachel Spronk Chemical Sexualities). Moderator is Marieke de Goede.

Het ChemicalYouth-project is gebaseerd aan de Universiteit van Amsterdam en ontving 5 jaar financiering van de European Research Council (2013-2018).

Mw. prof. dr. A.P. (Anita) Hardon

Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programmagroep: Anthropology of Health, Care and the Body