Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Thomas Vaessens

Thomas Vaessens

Wie: Thomas Vaessens (1967)
Wat: Hoogleraar Nederlandse Letterkunde
Studie: Nederlandse taal en cultuur en Literatuurwetenschap
Eerste baan: Docent aan de Universiteit Utrecht
Favoriete plek op de UvA: De binnentuin van de Oudemanhuispoort
Onmisbaar: Enthousiasme van studenten

Thomas Vaessens is kind van social tijgers en weet zeker dat hij een schrijvend bestaan wil leiden. Hij studeert Nederlandse taal en cultuur in Utrecht en plakt er Literatuurwetenschap aan vast. Doet erna als promovendus onderzoek en werkt een decennium in Utrecht. In 2003 wordt hij onderdeel van het ‘Nieuwe Generatieoffensief’ aan de UvA, met als doel het verzinnen van vakken die de grenzen van vakgroepen doorkruisen. Heeft de universiteit  sindsdien nooit meer verlaten. Hecht veel belang aan het creatief én kritisch leren lezen, schrijven en denken.

Hoe groot is het belang van taal, in het bijzonder van de Nederlandse taal?

'Het is zonneklaar dat mensen de nationale taal als een van de identiteitsbepalende dingen van een land zien, maar het is een misverstand dat het nationalistisch is om Nederlands te gaan studeren. Het gaat niet over het verdedigen van ‘onze taal’, maar over creatief én kritisch leren lezen, schrijven en denken. Dat is belangrijk, alleen al als je kijkt naar de politiek. We hebben voortdurend te maken met sturende, verleidende en soms zelfs ronduit demagogische uitingen van politici, van lobbyorganisaties, van reclamebureaus. Vind daarin maar eens de waarheid, of op zijn minst je eigen overtuiging. In een discussiecultuur als de onze, waarin iedereen via alle media kan meepraten, is het van groot belang dat we onze kritische blik op de taal onderhouden. Taal is politiek, en taalvaardigheid is cruciaal voor de democratie. Als mensen niet meer taalvaardig zijn, zijn ze dan nog weerbare, zelfstandig denkende en handelende burgers? We onderschatten het belang van de taal, in het algemeen, voor de samenleving in een land.'

We onderschatten het belang van de taal, in het algemeen, voor de samenleving in een land.

Verliest het Nederlands zijn kracht doordat mensen steeds minder boeken lezen?

'Er wordt veel gesproken over ‘ontlezing’ in de samenleving, maar dat is overtrokken. Het percentage van de tijd dat mensen besteden aan lezen is in de afgelopen decennia niet veel veranderd. Wél is het aantal uren vrije tijd dat men heeft, toegenomen. Per saldo lezen mensen evenveel. Literatuur is nog steeds een belangrijk venster op de wereld, ook voor jongeren. Wat veranderd is, is dat die jongeren er een heleboel andere vensters bij hebben gekregen. In de jaren vijftig kon je eigenlijk alleen een boek lezen, en soms naar de film. In de jaren zestig kwam de televisie daarbij. Vóór de jaren zeventig gingen nog maar weinig jongeren naar concerten of festivals. Internet was er pas laat in de jaren ’90, en nog weer later kwam Netflix. Het culturele consumptiepatroon van een twintiger van nu is ongelofelijk divers en veel rijker dan het vroeger was. Maar het aantal schrijvers, boeken of uitgeverijen blijft redelijk constant. Er is een levendige literaire cultuur, waarvoor in de media veel aandacht is. Het leeft, maar het heeft niet meer die status van vroeger. Lezen is nu gewoon een van de dingen die veel mensen in cultureel opzicht doen.'

Als je een baan wil, ga dan vooral Nederlands studeren.

Wat voor kentering zou jij graag zien?

'Ik zou wensen dat het schoolvak Nederlands inspirerender was. Onder meer doordat er voor Nederlands weinig dwingende eindtermen zijn die voor elke school gelden, wordt het vak overgelaten aan wat de school er toevallig mee wil. Dat kan goed uitpakken, maar met name op het gebied van de literatuur is het vaak echt fnuikend. In het centrale eindexamen speelt literatuur bijna geen rol, dus laten leraren dat al snel een beetje links liggen. Dat ligt niet aan hen, maar aan de eisen die er aan het vak worden gesteld. Omdat scholen er niet op worden afgerekend, stelt de leeslijst weinig voor en wordt er in lessen niet of nauwelijks over gepraat. Het zaadje wordt daardoor onvoldoende geplant, en dat merken we bij de studie Nederlands. Vroeger had je op elke middelbare school wel tien leerlingen die gepassioneerd raakten voor lezen en literatuur. Dat lijkt op het moment minder te zijn. Wat ook meespeelt, is vooral de grote focus op bètastudies, waardoor de studie Nederlands minder perspectiefrijk lijkt. Terwijl, als je nou een baan wil, ga dan vooral Nederlands studeren! Niet alleen omdat we goede leraren nodig hebben, maar ook taalprofessionals. Mensen die, actief en passief, steengoed zijn met taal. Die op taaladviesbureaus kunnen werken, of die bijdragen kunnen leveren aan taalbeleid. Of waar dan ook in de media: mensen die kunnen schrijven, daar hebben we er veel te weinig van.'

De UvA is een intellectuele, dynamische en creatieve hotspot. Er heerst een discussiecultuur.

De UvA nu en de UvA vroeger. Groot verschil?

'De universiteit van toen was totaal anders dan die van nu. Studenten en docenten gingen anders met elkaar om. Er was meer afstand, meer hiërarchie. Het is nu veel dynamischer. Het programma dat wij nu doceren, is bovendien beter en uitdagender dan het was toen ik studeerde. Wat niet veranderd is, en wat ik ook vroeger al jammer vond, is dat mensen enigszins verbaasd zijn als je Nederlands gaat studeren. Vooral als je, zoals ik, op de middelbare school een bètaprofiel hebt gevolgd dus. De UvA  van nu is echt een intellectuele, dynamische en creatieve hotspot. Het geestelijk klimaat is intens, en er heerst een enthousiaste discussiecultuur. Niemand is er op zijn mondje gevallen of bang om zijn standpunten te presenteren. De mensen zijn geëngageerd en bevlogen. Expliciet en extravert. Dat vind ik hartstikke leuk, hoewel je er soms ook gek van kunt worden. Het heeft natuurlijk ook alles met de stad Amsterdam te maken. Het is een zelfverzekerde stad, vol trotse mensen die durven te laten zien wie ze zijn. Mijn eigen studenten zeker ook: studenten Nederlands zijn over het algemeen creatieve mensen. Mensen die schrijven, toneelspelen, muziek maken of al die dingen tegelijk. Dat is mooi, want dat betekent dat ze nauw betrokken zijn bij waar de studie over gaat: taal, literatuur, spreken, schrijven, je uiten. Het is een creatief vakgebied, en dan heb ik het niet alleen over de literatuur. De studie Nederlands gaat over hoe je je uitdrukt, over hoe andere mensen zich uitdrukken en over hoe je dat creatief kunt doen.'